
Zijn wij nou wel of geen historici? Dat was uiteindelijk de meest prangende vraag die uit het webinar van woensdag 3 december naar voren kwam. Vanuit het perspectief van de recent opgestelde ‘Beroepsnormen voor historici’ van het KNHG is die vraag niet eenduidig te beantwoorden. Wat ethiek betreft wel, maar wat betreft de eisen die gesteld worden aan de producten die wij maken niet altijd. In hoeverre is de KNHG-code dan eigenlijk toepasbaar in de praktijk van de ondernemende historicus? Hebben we misschien behoefte aan een eigen code?
De KNHG-code
In 2023 heeft het KNHG in een beroepscode de regels van het vak van historicus vastgelegd, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden, zoals integriteit, respect en zorgvuldigheid. De doelen van de beroepsnormen zijn om de integriteit van het vak te beschermen, de juiste voorwaarden te creëren en als hulpmiddel bij professionalisering van historici. De beroepsnormen hebben niet als doel ‘het beroep te bevriezen’ en zullen dus, zo nodig, regelmatig worden herzien. Een eerste aanvulling verscheen in juni 2025 (informed consent, privacy en digitale bronnen) en momenteel wordt gewerkt aan een tweede aanvulling (AI en ‘de waarheid’). Verder heeft de code geleid tot de formulering van een aparte code voor oral historians, waarin de regels van dit specialisme zijn vastgelegd.
Afgelopen woensdag was Antia Wiersma, directeur van het KNHG, te gast bij de Vereniging Ondernemers in Geschiedenis in een webinar over de relevantie en toepasbaarheid van de beroepscode in onze praktijk. In hoeverre herkennen wij ons in deze code? Beschrijft deze code de regels van ons werk? Kunnen we het gebruiken als hulpmiddel naar opdrachtgevers?
Spanningspunten
Inhoudelijk schuurt de huidige beroepscode op een aantal punten met de praktijk van de ondernemende historicus. Belangrijke oorzaak hiervan is de spanning tussen de professionele onafhankelijkheid enerzijds en de financiële afhankelijkheid van de opdrachtgever anderzijds (wie betaalt bepaalt). Een andere belangrijke oorzaak is de spanning tussen de (vaak) pragmatische klantwensen en wetenschappelijke strengheid, waardoor vooral bronverantwoording onder druk staat.
Hoewel de code bedoeld is om de professionele onafhankelijkheid te waarborgen, lijkt deze in de huidige vorm in de ondernemende praktijk moeilijk toepasbaar. Misschien wel in grote opdrachten, voor grote bedrijven en organisaties, maar zeker niet in kleine opdrachten voor particulieren. Hetzelfde geldt voor de waarborging van de wetenschappelijke strengheid. Veel ondernemers in geschiedenis doen opdrachten waar de opdrachtgever eist (impliciet of expliciet) dat het eindproduct “niet te academisch” mag zijn (geen of minimale bronvermelding). Strikt genomen, volgens de KNHG-normen, zijn dit geen historische producten, want deze moeten verifieerbaar zijn.
“Maar zijn wij dan wel historici?”
Vooral in dit laatste schuilt de grootste zorg bij de ondernemende historici. Niet alles wat wij doen is wetenschappelijk, maar maakt dat ons minder professioneel? Zijn wij dan wel historici? Uiteraard zijn wij dat wel, maar misschien is het goed om onderscheid te maken tussen de ethische normen en waarden enerzijds en de eisen gesteld aan het product anderzijds, waarbij de ethiek overeenkomt met die in de academische KNHG-code, en waar voor de eisen gesteld aan het eindproduct de regels van het vak afwijken.
Een eigen code?
Een dergelijk onderscheid zou kunnen worden gemaakt in een aanvulling op de KNHG-code, waarvoor we door het KNHG nadrukkelijk worden uitgenodigd om deel te nemen aan de lopende gesprekken. Dan blijft echter de vraag in hoeverre deze (aangepaste) code bruikbaar zal zijn in de ondernemende praktijk.
Een eigen code voor onze specifieke beroepsgroep zou een alternatieve oplossing kunnen zijn (zoals de code voor oral historians). Dit zou voor ondernemende historici een “eenvoudige hertaling” kunnen zijn van de KNHG-code: niet te lang en niet te wetenschappelijk. Een code die aansluit bij de specifieke kenmerken van onze opdrachtgevers, een code die aansluit bij de specifieke regels van het vak van ondernemende historici en een code die recht doet aan de specifieke eisen die gesteld worden aan de historische producten die wij leveren.
Wordt vervolgd!
Christiaan Stam
