Een mooie collectie posters over onderzoek naar vrouwen in de geschiedenis vormde oktober 2025 een onderdeel van het symposium Zij. Natuurlijk! Op 14 januari gaven we daaraan een vervolg met een webinar waar onderzoekers hun posterpresentaties uitgebreider konden toelichten. Een verrassend veelzijdig beeld van afgerond en lopend onderzoek. En de aftrap van een discussie over de vraag waar het om gaat bij onderzoek naar vrouwen in de geschiedenis: meer zichtbaarheid of een ander perspectief?
(Klik op de plaatjes voor de volledige poster)

Anouk van Mil trapt af met een toelichting op haar project De Rotterdamse ZIJlijn. Als ontwerpster legt zij de focus op sociale gelijkheid en emancipatie. Ze miste een overzicht van gebeurtenissen en onderzoek naar de geschiedenis van vrouwen in Rotterdam. Met een studiebeurs kon ze vijf maanden onderzoek doen in het Stadsarchief Rotterdam. Vervolgens ontwierp ze een tool waarmee je een tijdreis kunt maken langs personen, gebeurtenissen en plekken van en over vrouwen in de Rotterdamse geschiedenis. Dit geeft een beeld van wat er al wel te vinden is én waar nog gaten zitten in de Rotterdamse collecties. De Rotterdamse ZIJlijn werd als installatie gepresenteerd tijdens Dutch Design Week in Eindhoven. Anouk is druk bezit met het vullen van de tijdlijn met de verhalen die zij vond. Als het aan haar ligt wordt dit Rotterdamse initiatief ook opgepakt in andere steden en regio’s. En verbreed naar het perspectief van andere groepen die nog onvoldoende zichtbaar zijn.
Lucia de Vries vertelt over haar uitgebreide onderzoek naar Urker dienstmeisjes. Voor jonge vrouwen op Urk was dit een van de weinige opties voor betaald werk. Ook Lucia’s opoe Pietertje de Groot was dienstmeisje vanaf haar 15e tot haar 23e. De jonge meisjes vonden vooral werk in West-Friesland en de stad Amsterdam, opvallend vaak bij joodse gezinnen. Een gouden bron voor onderzoek bleken de dienstbodenregisters die vanaf 1849 als apart onderdeel bij het bevolkingsregister zijn bijgehouden. Het project begon in coronatijd met online doorspitten van die registers in 32 gemeentes. Voordeel daarbij was het makkelijk herkenbare woord Urk. Dit leidde tot meer dan duizend namen waarnaar nader onderzoek werd gedaan. Naast de publicatie 1001 dienstmeisjes is de informatie ook gedeeld als lessenserie, een wandelroute en een musical.


Ingrid van der Vlis staat aan het begin van een speurtocht naar netwerken van vrouwen van kleur die als ‘meid van’ in de Republiek terecht kwamen. Dit komt voort uit haar onderzoek naar het slavernijverleden van Delft. Inmiddels heeft ze een aantal vrouwen gevonden die ze op basis van karige bronnen toch een gezicht wil geven. Met Catharina van Solor bleek dat mogelijk doordat zij in notariële archieven te vinden is. Ingrid hoopt antwoord te vinden op de vraag of deze vrouwen uit de koloniën elkaar kenden en steunden. Geen gemakkelijke opgaven aangezien namen werden vernederlandst en sporen vaak doodlopen. Het speurwerk kan deels digitaal. Toch kiest Ingrid vaak voor de echte bronnen: bladerend in de doopboeken valt je oog sneller op een opvallende naam of geboorteplaats. De vondsten blijven nog wel toevalstreffers.
Lisa Jap-A-Joe maakte een poster over haar familieonderzoek naar haar overgrootmoeder Goena Lahare uit Sumatra. Wat begon met familieverhalen vulde ze aan met cultuurhistorische en literaire informatie over de traditie van njai. Want hoewel het koppelen van jonge meisjes aan Indo-Germaanse mannen allang was verboden, is dit toch wat Goena overkwam. Een mooie nieuwe bron voor Indische genealogie zijn de paspoortaanvragen na de onafhankelijkheid die via het CBG te vinden zijn. Voorlopig deelt Lisa het verhaal van haar overgrootmoeder en andere voorouders op haar website Saga-Stories. Daarnaast denkt ze aan een podcast waarin ze ook het verhaal van een andere voormoeder wil vertellen, die aan de andere kant van de wereld opgroeide in Suriname.


‘Beb & Bob | Collateral Damage’ is de naam van de podcast die Lisa Koolhoven maakte samen met Kristen Hayford. Lisa doet oral history-projecten met haar bedrijf Verhalenpodium. De verhalen van haar oma Beb vormden al tijdens haar studie een rode draad. Ze ontdekte dat vrouwen zoals haar oma buitenshuis veel actiever waren dan ze had gedacht: ze zorgde voor inkomen toen haar vader werkloos werd in de crisis. De verhalen van oma Beb over het vergeten bombardement op Rotterdam (niet door de Duitsers in 1940 maar door de geallieerden in 1943) verwerkte Lisa tot een fietstour. Toen de Amerikaanse Kristen meefietste, kreeg dat verhaal een verrassende wending: Kristens opa Bob was namelijk gevechtsvlieger in de oorlog. Beide kanten van die geschiedenis komen bij elkaar in de podcast. Bij het verhaal vanuit vrouwelijk perspectief werd toch weer een man opgevoerd. De combinatie leidt tot een menselijk perspectief. Lisa organiseert op 22 en 29 maart weer een fietstour over het vergeten bombardement en het verhaal van oma Beb.
Ook Bauke Jousma presenteert een verhaal uit zijn eigen stamboom. Over zijn Friese voormoeder Haebeltje Wigles (1753-1809) is opvallend veel te vinden. Maar liefst zeven keer belandde zij in het tuchthuis en juist daardoor is haar geschiedenis goed traceerbaar. Het begon met een veroordeling voor het stelen van een stapeltje rood vlas waarvoor ze twee jaar tuchthuis kreeg. De dossiers van het Hof van Friesland geven pijnlijke informatie over opsluiting, zweepslagen en brandmerken. Kippenvel kreeg Bauke bij de vondst van brieven die Haebeltje en haar geliefde Rommert elkaar schreven en die als bewijsstukken in de strafdossiers bewaard zijn gebleven. Opvallend trouwens dat Haebeltje deze uitgebreide brieven kon schrijven. Zij volgde als kind van arme vlasarbeiders waarschijnlijk slechts enkele jaren onderwijs op de dorpsschool van Blija. Wel zaten er spelfouten in en aan de verschillende handschriften is te zien dat ze mogelijk ook brieven aan anderen dicteerde. Bauke denkt nog na over een vorm waarin hij het verhaal van voormoeder Haebeltje wil presenteren.


Marjan Beijering zet met haar posterpresentatie het Rotterdamse Jaar van de Vrouw in de spotlight. Daarin kregen Rotterdamse vrouwen een jaar lang extra aandacht aan de hand van allerlei thema’s. Zo was er een meetup over erfgoed met een aantal Rotterdamse instellingen met als doel het erfgoed van vrouwen en vrouwenorganisaties te verzamelen en beter zichtbaar te maken. De eerste oogst was al zeer divers: een groep jonge Kaapverdiaanse vrouwen die hun geschiedenis willen onderzoeken, maar ook een DJ-collectief dat het verhaal van vrouwen in de elektronische muziek wil vertellen. Wat de extra aandacht voor erfgoed van vrouwen vooral heeft opgeleverd, is een breder bewustzijn dat deze vaak vergeten geschiedenissen het waard zijn om te verzamelen en te tonen. Atlas van Stolk trekt het vervolg van de speurtocht naar vrouwenerfgoed. Bij alle thema’s van het Rotterdamse Jaar van de Vrouw schreef Marjan columns die zijn gepubliceerd bij de lokale omroep OPEN en op de website van het Rotterdamse Vrouwenjaar.
Zichtbaarheid, of meer?
De inspirerende presentaties geven een mooie impressie van de diversiteit vrouwengeschiedenisonderzoek met toch ook veel overeenkomsten in de dingen waar je tegen aanloopt. Na een korte pauze stelden deelnemers aan het webinar nog wat verduidelijkende vragen en deelden ze tips over aanpak en bronnen. Daarna volgde op initiatief van Lisa Koolhoven een discussie over de vraag op het bij onderzoek naar vrouwen gaat om het vergroten van de zichtbaarheid van vrouwen of dat dit onderzoek ook breder leidt tot een ander perspectief op het verleden.
Het eerste aspect is sowieso van belang vinden de deelnemers. De opbrengst van de diverse onderzoeken vullen gaten en maken zichtbaar wat vrouwen deden en kunnen. Daarnaast blijkt de open blik en het gericht zoeken naar vrouwen in de geschiedenis ook het algemene beeld te kleuren.
Astrid Fintelman deed bijvoorbeeld onderzoek naar de afdeling radiologie van het Erasmus MC. Dat leverde door bewust zoeken naar vrouwen niet alleen één vrouwelijk radioloog, maar vooral veel vrouwen die in andere disciplines meewerkten aan dat onderzoek. En daarmee werd het beeld van de afdeling completer. Anouk van Mil noemt het TBC-paviljoen bij de Euromast waar Rotterdamse patiënten verbleven voor hun laatste herstel. Bijna 90% daarvan bleken vrouwen te zijn. Mannen konden voor het uitzieken waarschijnlijk thuis terecht met een vrouw die voor ze zorgde. De cijfers leiden dus tot zichtbaarheid én geven meer perspectief op (on)gelijkwaardigheid.
Marjan Beijering vat de discussie krachtig samen: ‘Hoe meer perspectieven, hoe beter het beeld.’
Bekijk hier alle posterpresentaties van Zij. Natuurlijk!
Verslag door: Christine van Eerd
